Prostaatkanker diagnose

Huidige diagnose van orgaan-beperkte prostaatkanker

Lichamelijk onderzoek van de prostaat en/of een bloedtest worden routinematig uitgevoerd om prostaatkanker die zich nog in de prostaat bevindt in een vroeg stadium op te sporen.

  • Het digitaal rectaal onderzoek (DRE) bepaalt de grootte, vorm en consistentie van de prostaat via het rectum.
    digitaal rectaal onderzoek
  • De bloedtest bepaalt de waarde van het prostaat-specifiek antigeen (PSA).
  • Wanneer er (op basis van een verdachte DRE en/of verhoogde PSA) een verdenking op PCa bestaat kan deze worden bevestigd door een prostaatbiopsie. Tijdens een prostaatbiopsie worden kleine biopten/monsters prostaatweefsel (gewoonlijk van 6-12 verschillende gebieden) verwijderd door een biopsiepistool met een naald via het rectum in de prostaat te steken. Het weefsel wordt vervolgens onderzocht onder een microscoop op de aanwezigheid van kankercellen. Prostaatbiopsieën worden routinematig uitgevoerd en vereisen zelden opname in het ziekenhuis.

prostaatbiopsie

Als er kankercellen in het biopsieweefsel worden gevonden, wordt de Gleason score (variërend van 2-10) bepaald door de patholoog. Mannen met een Gleason score ≥ 7 hebben een slechtere prognose/overlevingskans dan mannen met een Gleason score < 7.

Huidige problemen in de diagnostiek van vroege orgaan-beperkte prostaatkanker

Beoordeling van de uitslag van de PSA bepaling

PSA waarden onder de 4 ng/mL worden gewoonlijk als normaal beschouwd. Dit is echter leeftijdsafhankelijk. De leeftijds-specifieke boven grenzen van normaal voor blanke mensen wordt getoond in Tabel 1 (http://www.pccnc.org/early_detection/psa/). Een PSA boven deze waarden kan op PCa wijzen en derhalve een aanwijzing zijn voor het uitvoeren van een prostaatbiopsie.

 

Tabel 1: Leeftijds-specifieke bovengrenzen van normaal van PSA
Leeftijd (jaren) PSA in bloed (ng/mL)
40-49 2.5
50-59 3.5
60-69 4.5
70-79 6.5

 

PSA is geen perfecte test.

  • Ook mannen met een PSA waarde onder de leeftijd-specifieke grens van normaal kunnen PCa hebben.
  • Bovendien zullen veel mannen met een PSA waarde tussen de leeftijds-specifieke bovengrens van normaal en 10 ng/mL geen PCa hebben. Dit is toe te schrijven aan het feit dat PSA niet kanker-specifiek is en aangemaakt wordt door zowel kanker als niet-kanker prostaatcellen. Dit heeft als gevolg dat mannen met bijvoorbeeld goedaardige prostaatziekten zoals benigne prostaathyperplasie (BPH, d.w.z. goedaardige prostaatvergroting) of prostatitis (infectie van de prostaat) ook een verhoogde PSA (hoger dan 2.5-4 ng/mL) kunnen hebben. Hoe groter de prostaat, des te hoger de PSA waarde in het bloed.

Een prostaatbiopsie kan pijn, bloedingen en infecties veroorzaken. Daarom is er een behoefte aan aanvullende testen die het uitvoeren van onnodige prostaatbiopsieën helpen vermijden.

Beoordeling van de uitslag van de biopsie

  • Een prostaatbiospie bevat minder dan 1% van de totale prostaat, hetgeen kan resulteren in het missen van PCa. Dit kan de patiënt en de arts onnodig geruststellen. Daarom is het soms vereist om een tweede reeks biopsieën uit te voeren.
  • Anderzijds kan een prostaatbiopsie een klein volume, niet-relevante (indolente) kanker welke niet levensbedreigend is opsporen. Dit kan leiden tot onnodige behandeling of over-behandeling.
    De resultaten van onderzoek van prostaatweefsel verkregen door biopsie worden gebruikt voor pre-operatieve stadiëring en zijn dus belangrijk voor het voorspellen van de prognose en de beslissing of de PCa vroege behandeling, gewoonlijk verwijdering van de totale prostaat (d.w.z. radicale prostatectomie), vereist. Helaas is de correlatie tussen pre-operatieve stadiëring en het bepalen van het stadium na verwijdering van de totale prostaat (d.w.z. post-operatieve stadiëring) vrij slecht, waarschijnlijk vanwege de beschreven fouten tijdens de biopsieprocedure. Tussen de 10-30% van de prostaatkankers worden pre-operatief erger geschat dan zij feitelijk zijn (d.w.z. over-stadiëring).

    Deze patiënten kunnen een radikale prostatectomie ondergaan, hoewel hun kanker waarschijnlijk nooit hun leven zou hebben bedreigd of symptomen hebben veroorzaakt. Verder worden zij blootgesteld aan de mogelijke complicaties van een prostatectomie (onder andere incontinentie en impotentie). Over-behandeling is vandaag de dag één van de grootste uitdagingen voor urologen.

Nederlands Kanker Instituut

Wikipedia